Jolanda Mulder

In een groep 7 zijn kinderen in de gymzaal druk aan het bouwen. Ze maken, van al het aanwezige materiaal – bruggen, kast, banken, dikke mat, dunne matten, klimrek, en meegenomen doeken, knijpers en tape –  het onbewoonde eiland waar ze al weken in de klas mee aan de slag zijn geweest. Ze hebben al een kaart gemaakt, de rollen verdeeld, weten dus wie, wat, waar gaat doen. En als het klaar is, gaan ze spelen! Ja! Ze hebben er zin in!

Door Jolanda Mulder

In een klas zijn altijd een aantal rollen te onderscheiden. Rollen die een positieve bijdrage leveren aan de sfeer in de groep: gezagsdragers, sociaal werkers, organisatoren, volgers, appellanten, jokers en verkenners. En rollen die een meer negatieve bijdrage leveren: dictator, intrigant, meeloper, zondebok (* bron: grip op de groep – Rene van Engelen). Wij, als volwassenen, hebben deze ontdekt, vastgesteld, geordend, en gebruiken het overzicht nu om te kunnen reflecteren op de groep en de groepsdynamiek. Maar wat gebeurt er wanneer wij de kinderen zelf laten benoemen welke rollen er nodig zijn, wanneer je met niets begint, wanneer alles nog opgebouwd moet worden en ieder zijn plekje daarin wil vinden? 

Het begon allemaal met een simpele vraag:

'Jongens, we zijn op dit onbewoonde eiland aangekomen. Wie en wat hebben we nodig om hier goed met elkaar te kunnen leven?' 


De antwoorden kwamen al snel: eten, drinken, een huis of hut, dus hebben we bouwers en jagers nodig (ja, ook kinderen weten heel goed wat de basisbehoeften zijn om te overleven. Alsof ze de behoeftenpiramide van Maslov al kennen), een groep die het eiland gaat verkennen - wat is er allemaal, wat kunnen we gebruiken, waar is gevaar –  en hoe zorgen we dan voor veiligheid? We hebben leiders nodig, want anders gaat iedereen maar zijn eigen gang en weten we dat niet van elkaar. We moeten het toch samen doen. En misschien zijn er nog mensen die gaan zorgen voor gezelligheid en ontspanning? 
 
De kinderen maken hun keuze en gaan in groepjes aan de slag met hun taak.
 
Met deze opdracht zie je als leerkracht binnen no time wie welke rol kiest en tot welke sub-groepsdynamiek dat leidt. Bijvoorbeeld:
 
In de groep 'EHBO' zitten allemaal meiden, die om en om inbreng leveren, om en om opschrijven, om en om benoemen. Er is niet echt een leiderstype, het gaat in deze groep om gelijkheid, gelijkwaardigheid, oog en oor voor de ander. 
 
In de groep 'Verkenners' zitten jongens die hun fantasie en verbeeldingskracht gebruiken om het eiland in kaart te brengen. Al doende komen ze tot nieuwe ideeën en invullingen. 
 
In de groep 'Leiders' zitten jongens die graag inspraak willen, graag de koers willen bepalen, graag aandacht willen (mede door grappig te doen) en die nu onderling ernstig met concurrentie en tegenspraak te maken krijgen. Maar, het zijn ook jongens die kunnen overdenken, kunnen plannen, en komen tot een goede taakverdeling: al snel verspreiden ze zich over de andere groepen en bieden daar hun diensten aan als leider. Een van de jongens blijkt een goede bemiddelaar tijdens een conflict tussen de 'Bouwers' en de 'Veiligheid'. 
 
Want in de groep 'Veiligheid' gaat de aandacht vooral uit naar aanval en verdediging en zitten jongens die direct actie ondernemen, weinig oog en oor hebben voor de ideeën van de ander, wat wel even goed gaat, maar al snel leidt tot de eerste meningsverschillen, die eveneens vrij impulsief opgelost moeten worden!

Vis je ze eruit? De Doeners, de Leiders, de Sociaal Werkers, de Verkenners, de Jokers, etc? 
 
Deze opdracht biedt een prachtig uitgangspunt om te gaan spelen en wisselen met rollen. Wat gebeurt er wanneer enkele kinderen uit de groep 'Veiligheid' meedraaien met 'EHBO'? En omgekeerd! Wat gebeurt er wanneer een Leider Bouwer wordt? En omgekeerd? Hoe verandert dat de groepsdynamiek? Welke nieuwe vaardigheden worden er in een kind aangesproken? Op een speelse, inzicht gevende manier ontdekken kinderen verschillende kanten van zichzelf en de ander, en kunnen ze spelen met de nieuwe mogelijkheden. Wat een avontuur!